Persoonlijke effectiviteit en organisatie effectiviteit.

Leidt focus op het verhogen van persoonlijke effectiviteit binnen organisaties tot hogere organisatie effectiviteit?

Om na een zomervakantie vol reflectie niet terug te vallen in de waan van de dag ben ik me gaan verdiepen in effectiviteit. Wat maakt een organisatie effectiever.

“Niet lullen, maar poetsen” van Wim Struyck is een leuk boek over zelfmanagement, ook wel persoonlijk leiderschap genoemd. Centraal staat de vraag hoe je succesvol kunt zijn. Hij stelt dat succes niets met geluk te maken heeft, maar alles met hard werken, eindeloos trainen, totale focus, risico’s nemen en doorzettingsvermogen. Je moet een doel stellen, een plan maken en dat plan ook daadwerkelijk uitvoeren. Focus dus. Resultaat is daarbij het enige dat telt!

Het boek geeft me energie om zelf aan de slag te gaan, maar ik vraag me tegelijkertijd af of dit allemaal wel werkt bij samenwerking in organisaties? In organisaties heb je te maken met veel mensen die allemaal iets willen bereiken en succesvol willen zijn. Maar heeft de organisatie dan ook vanzelf succes? Krijg je de zo felbegeerde winst en omzetgroei als iedereen leiderschap toont of wordt het een roeiboot waarin iedere roeier willekeurig hard aan het roeien is zonder dat er sprake van afstemming is?

Ik vermoed dat er naast persoonlijk leiderschap nog iets anders nodig is om als organisatie effectief te zijn. In een roeiboot is het noodzakelijk dat men elkaars ritme volgt, in elkaars slag zit. Tijdens de wedstrijd bestaat de leiding er alleen uit dat iedereen in de gaten houdt dat er in een rechte lijn geroeid wordt, dat het ritme gelijk is en de slag aan beide zijden gelijkmatig en even krachtig is. In staat zijn te volgen en dienstbaar te zijn aan het collectieve belang is daarbij cruciaal.

In het boek Verdraaide Organisaties stelt Wouter Hart dat we vanuit de bedoeling zouden moeten werken. Niet vanuit marketing perspectief hoe we door anderen in de markt gezien willen worden, maar vanuit het collectieve bewustzijn van wat goed is aan onze organisatie en hoe we ons brood willen verdienen.

Met dit in het achterhoofd kunnen we onderzoeken wat het doel van de organisatie is. Vervolgens kijken we in dat licht naar de afdeling of unit waarin we werken en vragen ons af wat de bedoeling daarvan is. Tenslotte kijken we naar onze directe collega‚Äôs en vragen hoe hij/zij op basis van zijn/haar specifieke kwaliteiten wil en kan bijdragen. Steeds op een kleiner niveau, maar constant met de bedoeling van de andere niveaus in gedachte. We verlaten bewust het pad van “waarin we tekortkomen”, maar focussen ons op waar we goed in zijn, waar onze kwaliteiten liggen, wat ons talent is. Zou het dan mogelijk zijn deze bedoeling te volgen? Net als in een mierenhoop volgt iedereen de bedoeling en geeft tegelijkertijd leiding aan de acties die hij/zij uitvoert. Niet gericht op eigen gewin ten koste van anderen, maar op het gewin van de organisatie en daarmee uiteindelijk ook weer het eigen gewin.

Ik ben benieuwd!